• Wednesday, July 21, 2010

    Een email aan de directrice a.i. van het Fontys Conservatorium.

    Beste Maria,

    Je vroeg me na afloop of ik het een prettig gesprek vond. Het antwoord is bevestigend, nog steeds, al was het alleen maar omdat mijn gedachten weer op gang zijn gekomen:

    Over 'de markt': de markt is verzadigd, er is geen behoefte aan musici, aan instrumentalisten, zangers. Zoals ik al zei, wie heeft er behoefte aan nóg een opname van het vioolconcert van Bruch, Mendelssohn? Niemand! Toch verkocht Janine Janssen hopen platen met die 'uitgekauwde' stukken. En wat is dat dan? Podiumpresentatie, zeg jij, marketing zegt de ander, nog een ander zegt dat ze er mooi uitziet. Iedereen heeft gelijk, maar tegelijkertijd niemand. Als iedereen gelijk zou hebben, zou er een formule te bedenken zijn waardoor mensen meer kans hebben op succes. Dat is natuurlijk niet zo, niet op Janine-niveau, maar ook niet op het niveau van de gemiddelde Fontys student. (lees ook eens Normal Lebrecht's 'Requiem voor de Muziek', dat gaat gaat over het a.s. failliet van de klassieke muziek zoals hij dat voorspelt in de jaren '90)
    Een goede docent moet uiteindelijk op zoek naar datgene wat een artiest (geen muzikant!) uniek maakt. Dát is wat diegene te bieden heeft aan de markt. Janine is uniek, dat ziet iedereen! Maar elke Fontys student ook!
    Niet iedereen is voor het podium, misschien krijgt iemand een blessure, of ligt er een heel andere weg klaar. Het is zaak daarvoor open te staan. Daarom zou het heel jammer zijn als studenten tijdens hun instrumentale opleiding al moeten kiezen welke weg ze in gaan: de stromingen die je beschreef. Iedereen heeft zijn eigen weg. We hebben geen idee, er zijn evenveel types mensen als er mensen zijn!
    Daarom is vrijheid en het bieden van kansen de beste weg, als je het mij vraagt. Áls je het mij zou vragen :-) Dat is iets waar geen enkel conservatorium wat mee doet. En dat is jammer. Alle conservatoria zijn bezig met verbreding, marktgericht werken, ... Dat ís ook belangrijk! Begrijp me goed. Maar het is niet de essentie. De studenten zijn al artiesten. Wij moeten ze de kans geven dat ten volste te ontwikkelen.
    (In de praktijk komt dat vooral neer op genoeg uren kunnen maken op je instrument.)

    Als ik naar mijn eigen praktijk kijk (en daar schrijf ik ook over op mijn blogs, o.a. op blog.certotv.nl, hier is mijn entry over Hans Abbing: http://blog.certotv.com/?p=655), dan zie ik dat ik alle stromingen die Fontys nu aanbiedt  in mijn beroepspraktijk heb verwerkt. Niet omdat ik dat móet doen omdat dat nu eenmaal 'marktgericht' is of zoiets, maar omdat ik zo in elkaar zit. Ik speel, werk met elektronica, speel nieuwe en oude muziek, arrangeer, componeer, schrijf columns, improviseer, publiceer af en toe eens wat, geef les, doe grote educatieve projecten (vooral in de VS), werk interdisciplinair (met o.a. voormalig Dogtroep, de Groep van Steen), maak CD's op het eigen label van mijn kwartet, ... Ik zou niet graag de boodschap hebben gekregen dat ik moest kiezen voor een bepaalde stroming op het conservatorium omdat er anders geen werk voor me is. Het zou geweldig zijn als een conservatorium wel de middelen kon aanreiken (de middelen die jij én ik zo belangrijk vinden) maar de 'nieuwe vormelijkheid' zo veel achterwege kunnen laten.

    Ik kan mezelf een succesvol muzikant noemen; ik ben tevreden met wat ik doe, ik doe wat ik wil, ik speel, schrijf, geef les aan een mooi conservatorium... Maar wie ben ik om dit te gaan analyseren en mijn leerlingen hierin te gaan 'lesgeven'? Zij hebben hun eigen weg. Ik kan ze vertellen wat ik doe, en ik hoop dat ze geïnspireerd raken, maar ze moeten niet doen wat ik doe. Dé formule bestaat niet. Hoe goed je ook speelt. Inspiratie en vrijheid zijn wat mij betreft de belangrijkste speerpunten in muziekonderwijs (gecombineerd met een oerdegelijke basis, natuurlijk!).
    Ik ben doodgegooid in Amsterdam met de boodschap dat muziekstudenten het niet goed doen, dat we marktgerichter moesten denken, dat we niet alleen maar moesten spelen. Maar concrete en vooral effectieve actiepunten kreeg je nooit (behalve de inkoppertjes: goed spelen, een website, mooie programmering, etc.). Logisch natuurlijk, die kan je alleen zelf bedenken, en je moet tijd krijgen die te ontwikkelen en aan te voelen.
    In plaats van (of naast) cursussen podiumpresentatie, marketing, zou het niet wat zijn om studenten een workshop zelfvertrouwen te geven, de erkenning dat je ideeën de moeite waard zijn, en hoe je kan uitwerken: op alle manieren: in een muzikale frase, de ontwikkeling van 1 losse toon in een frase, interdisciplinair projecten, arrangementen, etc.

    Een eye-opener was Seth Godin's (bekijk zijn lezing op TED.com) 'Purple Cow': marketing is 'uit'. Het product zelf is in, op alle markten, hetzij CD's, kunst, chocola, koffie, restaurants. Er is vandaag de dag geen behoefte meer aan iets. Tegenwoordig maakt het product reclame voor zichzelf. Zoals we daar hebben bakfiets.nl, Starbucks in een eerdere fase, Apple (de iPhone!), Naxos, maar ook de talloze youtube ontdekkinkjes in de popmuziek. Naxos was revolutionair, de markt leek verzadigd met 'yet' de zoveelste opname van een Beethoven cyclus, Mozart, Bach... Naxos kwam met een nieuw concept: goede opnames van dezelfde stukken voor een fractie van de prijs. Het Kruidvat nam dit concept over en verbeterde het: het NL'se Brilliant Classics ligt overal, tot in Thailand. Hét nieuwe kunstproduct wat Fontys studenten gaan wegzetten is niet te voorspellen. Google heeft het door: die laten hun werknemers op gezette tijden en ruim bemeten (!) in de werktijd van hun baas nieuwe producten ontwikkelen zonder dat ze zich daarvoor hoeven te verantwoorden. Alle revolutionaire Google producten komen uit dit laboratorium. Daar zat geen marketing strategie onder, behalve hun mensen de vrijheid geven hun creativiteit te ontwikkelen, op kosten van de zaak!
    Het Google model voor het Fontys conservatorium, dat zou wat zijn!

    Je zei dat uit onderzoek is gebleken dat afgestudeerde studenten behoefte hadden aan marktkennis. Misschien hebben ze vooral behoefte aan de informatie dat muziek kunst is, en alle muzikanten artiesten zijn. De term conservatorium is natuurlijk (excusez le mot) verneukeratief! Muziek is grenzeloos. Daarom ben ik het ook niet eens met de gedachte dat 'reproducerende' klassieke musici niet zouden creëren. Het is alleen een kwestie van waar je de grens legt. Is het naspelen van John Coltrane creëren? Zelf een Bach fuga schrijven? Op het podium moet alles zijn alsof je het op dat moment zelf verzint. het stuk waar je zo lang op hebt gestudeerd, de licks die je zo lang geprobeerd hebt in je vingers te krijgen moeten er als vanzelf uitkomen. Dat ís creëren. Het is een zienswijze, een gevoel.
    Trouwens, wat is de meest duidelijke kennis over podia die je moet weten? Dat ze overstelpt worden met aanbod, en het meeste nog goed en interessant isnook. Als je écht bij die markt wil aansluiten moeten we tegen de leerlingen zeggen dat het zinloos is om jouw programma daar bij te leggen. Maar dat is het natuurlijk niet. En waarom niet? Als ik dat toch eens wist. Misschien moet ik zelf die de stroming 'podia' ook maar gaan volgen.

    Over vormelijkheid: Het probleem is dat dé klassieke muzikant een duidelijk beeld oproept bij mensen: een succesvol solist, die 120 keer per jaar speelt (wie wíl dat?!) en veel platen maakt op Sony, of DG... De boodschap is eigenlijk heel helder. De muzikant van de toekomst hoeft dat niet na te doen. Dat hoefde sowieso al niet. We zijn artiesten, we mogen doen wat we willen. Het zou jammer zijn als, wat ik noem, 'nieuwe vormelijkheid' het gaat overnemen van de oude.
    Ik zou bovendien niet willen dat onze studenten straks vastzitten aan een stroming omdat ze daar nu eenmaal voor gekozen hebben.

    Overigens is het Fontys een goed conservatorium. Laat daar geen misverstand over bestaan. er zit muziek in de lucht, creativiteit! De zaken waar wij het over hadden zijn daar in de eerste instantie en tot op zekere hoogte ondergeschikt aan.

    Hartelijke groet,
    Ties
  • Tuesday, June 15, 2010

    Waarom droeg Hans Abbing juist bij aan de door hemzelf veronderstelde ondergang van de klassieke muziek?

    Vorig jaar bracht Hans Abbing een boekje uit "Van Hoge naar Nieuwe Kunst" over de teloorgang van de klassieke muziek. Hij voorspelde dat, tenzij de klassieke muziek zichzelf grondig gaat vernieuwen, zij ten dode is opgeschreven. Certo organiseerde een openbare discussie met Hans Abbing, Johan Dorrestein en ondergetekende in Felix Merites. Abbing had in veel opzichten een punt. De concertzaal biedt bijvoorbeeld niet echt een warm welkom aan mijn generatie en jonger. De sfeer is er vaak formeel en stijf. Maar over welke klassieke muziek had Hans Abbing het eigenlijk? Ik kwam hem een week na het debat tegen in de Coffee Company en vroeg hem of hij nu eigenlijk echt meende wat hij allemaal schreef. Het leek me allemaal zo provocerend en aandachtvragerig. Hij vertelde me dat hij bepaalde punten wel had aangedikt om zo de discussie op gang te brengen. Ik vroeg hem daarna nogmaals wat ik ook al ter sprake had geprobeerd brengen op de Certo avond: waarom verstond hij onder klassieke muziek de grote orkesten en het symfonisch repertoire? Dorrestein aarzelde niet om het Nederlands Blazers Ensemble in het voetlicht te zetten en ik had het natuurlijk over mijn eigen praktijk met o.a. het Amstel Quartet. Hans Abbing bleek nooit bij een concert van een van beiden geweest te zijn. Zijn mening was louter gebaseerd op onderzoek naar het reilen en zeilen van een cultuur waar het laat 19de eeuwse orkest het middelpunt van is. Ik vroeg hem later waarom hij zo de nadruk op de orkestcultuur had gelegd en er van uit was gegaan dat dit klassieke muziek ís. Het antwoord was bij nader inzien verbijsterend. Hij wilde aandacht in de media voor zijn boek en aangezien de orkestcultuur het meest in de belangstelling staat moest het daarover gaan. Alle door Abbing voorgestelde verbeteringspunten voor de 'klassieke muziek' gingen over orkesten! Door hiervan uit te gaan bevestigde hij maar weer eens dat dit is waar het kennelijk om gaat. Dat kamermuziek er eigenlijk niet bij hoort. Dat er ensembles zijn die al zijn bruikbare (!) suggesties allang hebben opgenomen in hun concertpraktijk: Het Nederlands Blazers Ensemble, Matangi Kwartet, Amstel Quartet, P!tch, Merlijn Twaalfhoven, Radio Kootwijk, Yellow Lounge (NB een initiatief van Deutsche Grammaphon!), Poisson Rouge, Calefax (o.a. PAN)…. Te veel om op te noemen. Abbing draagt in feite bij aan de door hem voorziene ondergang van de klassieke muziek.
    Abbing had zijn energie beter kunnen steken in een boek over de klassieke sub-(nog wel!)cultuur van de kamermuziek, over muzikanten die grenzen opzoeken; een constructief boek over de toekomst van de klassieke muziek. In plaats daarvan bevestigde Abbing niet alleen zijn eigen kortzichtigheid, maar ook die van de internationale media. We zijn al veel te lang blijven hangen in de 19de eeuwse cultuur. De muziek van Chopin is tijdloos, maar de context hoeft toch niet zo stijf?
    Plaats Chopin, Bach, Liszt, Mozart in de cultuur van vandaag en je zult zien dat het werkt. En er kan veel meer: Berio, Xenakis, Riley: er lopen fantastische kamermusici en solisten rond die aan iedereen (!) kunnen overdragen waarom de muziek die ze spelen zo geweldig is. Musici die je persoonlijk kan leren kennen in plaats van het anoniemere symfonieorkest.
    Meneer Abbing: er hoeft niet bezuinigd te worden op orkesten door solisten met een karaokeband te laten samenspelen: in een strijkkwartet zitten maar 4 mensen. Musici die met hart en ziel de muziek spelen waar ze van houden, musici die zelf ook beter spelen als het er allemaal wat minder formeel aan toegaat.
  • Tuesday, June 15, 2010

    Etnische Registratie?!?!?!
    Uit programma PVV 2010, een selectie:

     900 miljoen extra voor politie
    • Politieagenten weg achter het bureau en de straat op
    • Agenten moeten minstens 80 procent van hun werktijd zichtbaar op straat zijn
    • Geen versnippering, maar één nationale politie
    • Einde bonnenquota bij de politie
    • Ministerie van Veiligheid
    • Invoeren van hoge minimumstraffen en hogere maximumstraffen
    • Minimum prostitutieleeftijd naar 21 jaar
    • Preventief fouilleren in het hele land
    • Etnische registratie van iedereen. Inclusief vermelding ‘Antilliaan’
    • Geen alcohol achter het stuur
    • Na drie zware geweldsmisdrijven levenslang; three strikes you’re out
    • Geen taakstraffen
    • Geen TBS
    • Geen vervroegde invrijheidstelling bij goed gedrag
    • Bezuinigen op de reclassering
    • Afschaffen verjaring van gewelds- en zedenmisdrijven
    • Heropvoedingskampen
    • Versobering gevangenissen
    • Geen coffeeshops in een straal van 1 kilometer rond scholen
    • Kraken verbieden
    • Niet-Nederlanders die een misdrijf plegen direct uit Nederland verwijderen
    • Nederlandse nationaliteit van criminelen met een dubbele nationaliteit intrekken
    • Criminele Antillianen sturen we terug
    • Verlagen strafrechtelijke meerderjarigheidsgrens van 18 naar 16 jaar
    • Omkering bewijslast bij noodweer in eigen woning/bedrijf
    • Falende leden van zittende en staande magistratuur weg
  • Friday, May 28, 2010

    Een lekenvisie van een muzikant op de verkiezingscampagne 2010

    Voor mij is het zo klaar als een klontje: de hypotheekrenteaftrek moet eruit. En politici die de aftrek willen behouden zijn alleen bezig met zieltjes winnen.
    Althans, dat is mijn intuïtieve indruk. Er zal vast een hele hoop te zeggen zijn vóór de aftrek. Zelfs in deze tijden van bezuinigingen. Ik heb de argumenten vóór ook waarschijnlijk ook wel gehoord of gelezen, maar toch is dit de eerste gedachte die bij me opkomt: de HRA komt voornamelijk ten goede aan een groot gedeelte van het electoraat dat een hypotheek aan het afbetalen is, of van plan is een huis te kopen. En dat zijn stemmen. Hoe meer stemmen je hebt, hoe meer macht je uiteindelijk krijgt. Hoe ver kan je gaan? Bush poneerde in zijn campagnefilmpjes klinkklare leugens over Kerry om maar stemmen te winnen.
    (Tijdens het maken van dit stukje belde ik met iemand die uit linkse overwegingen vóór de HRA tot een bepaald bedrag is: het is een middel tot nivellering. Dat klinkt dan ook weer goed.)
    Nog iets wat ik wel begrijp, maar niet aanvoel. Waarom zou je stemmen voor je eigen situatie? Ik heb wat vrienden die voor defensie werken en daarom VVD gaan stemmen, terwijl ze zich niet eens zo kunnen vinden in het VVD programma als geheel. Wederom, ik snap het wel, maar het voelt vreemd.
    Moet ik, als artiest, dan stemmen op GL of zelfs de SP die niet bezuinigen maar juist investeren in cultuur?

    Vandaag een mooi artikel in NRC-next over het verschil tussen rechts en links in de context van de huidige campagne. Links gaat uit van de Platonische filosofie, het geloof in een échte waarheid die ontdekt kan worden en 'uiteindelijk doorslaggevend zal zijn voor kiezers'; en rechts van 'de werkelijkheid zoals hij schijnt te zijn', er is geen 'objectieve' realiteit, alleen het perspectief van de mens op de wereld. Rechts geeft de werkelijkheid vorm door retoriek. Rutte en Wilders doen dat heel goed. Cohen daarentegen wil niet mee doen aan deze 'spelletjes'. De werkelijkheid is zoals die is en de vraag is hoe we er mee omgaan en hoe ze die door de kiezers laten ontdekken.
    In dit licht: Die debatten, wat zijn dat eigenlijk voor rare dingen? Ik vind, net als de meesten, Rutte erg sterk, Wilders ook wel eigenlijk. Maar ik zou nooit op ze stemmen. Ik deed aan debating in de VS. Het was een sport, en je moest beide kanten van een stelling kunnen verdedigen. Zo'n debat zegt toch vrij weinig over wie het beste het land gaat besturen? Ik ben niet zo geïnteresseerd in wedstrijdjes ver plassen (mooi moment voor Roemer) maar in hoe ik mijn stem, hoe marginaal ook, kan gebruiken om Nederland, Europa en de wereld goed te laten lopen.
    En dan ook weer, aan de andere kant, een politicus moet wel kunnen discussiëren over zijn beleid, zeker in een coalitie. Maar zou dat net zo gaan als op tv?

    Ik stem links, en waarschijnlijk Groen Links. Afgezien van GL's visie op alternatieve geneeswijzen kan ik me het meest vinden in deze partij. Ik heb ook over Cohen nagedacht. Maar ik wil toch niet op een persoon stemmen. Mijn enige overweging op de PvdA te stemmen zou zijn mee te helpen links groter te maken. Ik wil me nog verdiepen in het programma van D66. Alhoewel ik niet van de partij houd, heb ik goede verhalen gehoord over hun plannen voor de komende jaren.
    Ik vind het leuk me te verdiepen in partijen, debatten te volgen en uiteindelijk mijn stem naar de, voor mij, juiste partij te laten gaan. Maar ik ben het wel eens met de steeds gehoorde wens coalities te smeden vóór de verkiezingen. Als ik Groen Links stem en en ze mochten eens mee gaan regeren, dan wordt hun visie eindeloos verdund tot een soort homeopathisch geneesmiddel: het is vooral leuk om te weten dat ze meedoen, maar echt zin heeft het niet. Of ben ik dan te pessimistisch? Ik denk het niet. We stemmen op de visie van 1 partij, maar wat er uit een coalitie komt? Geen idee! Het kan alle kanten opgaan...
    Ik zou het liefst stemmen op iemand die ik volledig vertrouw en die alle beslissingen voor me neemt. Maar dat kan vast niet, toch?
  • Tuesday, May 25, 2010

    Uit Keuzes in kaart 2011-2015 – Effecten van negen verkiezingsprogramma’s op economie en milieu (CPB Bijzondere Publicaties 85, mei 2010)

    CDA
    - Bij de publieke omroep worden taken geschrapt waardoor 0,1 mld € wordt bespaard.

    - Het CDA bezuinigt op een groot aantal subsidies, onder meer op diverse cultuursubsidies.

    Daarnaast wordt het budget voor stedelijke vernieuwing geschrapt (na eigen berekening K’92:

    0,4 miljard €).
    - Op het terrein van de bijstand bespaart het CDA in totaal 0,1 mld € door hogere boetes bij

    fraudebestrijding en het schrappen van de wwik.


    PvdA
    Subsidies met bedragen kleiner dan 100.000 € worden gehalveerd (0,3 mld €);

    dit betreft een breed scala aan subsidies op het terrein van onder meer welzijn, cultuur,

    zorg, sport en onderwijs. Subsidies met een totaalbudget kleiner dan vijf miljoen euro worden

    ook gehalveerd (0,2 mld €).

    SP
    De SP verhoogt de uitgaven aan cultuur met 0,2 mld euro.

    VVD
    - Subsidies op het gebied van cultuur worden met 0,2 mld € verminderd.
    - Door één televisienet minder wordt 0,1 mld € bezuinigd op de publieke omroep in 2015

    (structureel 0,2 mld €).
    - Overige maatregelen op het terrein van sociale zekerheid betreffen het afschaffen van de wwik,

    de herinvoering van de sollicitatieplicht voor moeders in de bijstand en het afschaffen van de

    langdurigheidstoeslag in de bijstand. Dit levert in totaal 0,1 mld € op.

    PVV
    - De PVV bezuinigt 0,4 mld € op cultuur (artikel 14 van OCW); het betreft onder meer

    ombuigingen op cultuurfondsen en cultuursubsidies.
    - De PVV reduceert het aantal publieke zenders tot één reclame vrije zender (0,2 mld €).

    GroenLinks
    - GroenLinks verhoogt de uitgaven voor kunst en cultuurbeleid en de publieke omroep met 0,1

    mld €.


    SGP
    - Het verlaagde btw-tarief voor kermissen, attractieparken en sportwedstrijden en circussen,

    bioscopen, theaters en concerten wordt afgeschaft. Dit levert een lastenverzwaring van 0,3 mld

    op.
    - Subsidies voor cultuur worden met 0,2 mld € verminderd.

    - De publieke omroep wordt beperkt tot 2 radiozenders en 1 tv-zender (0,2 mld €).

    ChristenUnie
    - Verder bevat de post overig de volgende maatregelen. De wwik wordt afgeschaft.
    - De subsidies voor cultuur, publieke omroep en emancipatie worden verminderd (0,3 mld €).

    D66
    - Het aantal omroepen en de taken van de publieke omroep worden beperkt (0,1 mld €).

  • Friday, May 21, 2010

    Ian Wilson

    Eén van de meest poëtische stukken die ik ooit speelde is van de Ierse componist Ian Wilson: Ondes Ombragées, een werk voor saxofoon en live recorder tape. Een vrij eenvoudig concept, de saxofoon speelt verstilde en pulserende multiphonics in de eerste helft van het stuk die worden opgenomen. In de tweede helft wordt de opname afgespeeld en speelt de saxofoon er simpele motieven overheen. 'Ondes' is een werk zonder richting; een ervaring die veel ruimte over laat voor de 'flow' van de luisteraar. En het is nog speelbaar ook! Ian weet precies hoe de saxofoon werkt. In zijn meest recente werk, 'Sarée in Kassel' geschreven voor mij en het Insomnio Ensemble, gaat hij een andere kant uit. Het stuk gaat over de Duitse controversiële artiest Gunther Sarée, alhoewel Ian zelf zegt dat dat eigenlijk niet ter zake doet. Aan Ian's muziek ligt vaak een buitenmuzikaal concept ten grondslag, zoals in zijn saxofoonkwartet 'Atlantica', waar hij ook over zegt dat de muzikale golven in de vorm van bisbiglierende zestienden niets te maken hebben met het concept: de Oceaan: toch moeilijk te accepteren.
    Vorig jaar gaf Ian mij een CD van een ensemble, waar hij elektronica in speelt, dat hedendaagse muziek, popmuziek en traditionele Ierse muziek combineert. Ian is zich altijd aan het ontwikkelen. Hij schreef voor een compositie voor jazzsaxofoon en klassiek ensemble, waarin de saxofoon ook moet improviseren. Een werk dat voortborduurt op Ian's liefde voor jazzmuziek.
    Eén van de hoogtepunten uit Ian's repertoire is '…So Softly' voor saxofoonkwartet. Dit is het werk waardoor ik Ian leerde kennen samen. Wij namen dit op met het Amstel Quartet op op onze debuut CD 'straight lines' en het komt periodiek terug in ons repertoire. Een prachtig stuk, ga het horen! En 'while your at it', luister meer van deze Ier. Voor de muzikanten, speel het!
  • Monday, April 26, 2010

     Mijn alarmmail aan de directie van het Fontys Conservatorium:

    Beste allemaal,

    Ik kreeg afgelopen vrijdag een alarmerende email waarin stond dat er een plan is om de hoofdvaklessen van 60 naar 45 minuten te laten gaan. Maino heeft dit plan vandaag aan mij bevestigd. Ik begreep  dat woensdag de medezeggenschapsraad hier nog een advies over gaat uitbrengen. Ik hoop dat deze mail nog enige invloed kan uitoefenen.

    Ik vind dit plan een heel slecht idee.

    Een toelichting.

    Allereerst mijn eigen insteek betreft mijn lesgeven aan het Fontys Conservatorium. Ik geef les vanuit de passie die ik voel voor de muziek in het algemeen. Ik wist heel goed dat toen ik ging werken voor Fontys, de hoofdvakles al behoorlijk uitgekleed was. Op dit moment krijgen mijn leerlingen officieel slechts 32 uren per jaar les, waar ik ook de audities, overgangstentamens en examens van dien in te vullen. Dat doe ik natuurlijk niet, ik werk een aantal uren gratis: Ik kan geen professionele saxofonisten op een hoog niveau opleiden met zo weinig 1 op 1 contact, as it is!! Ze hebben al veel te weinig les! Dit voorstel kleed de hoofdvakles nóg verder uit. Waar ligt de grens?
    Ik heb altijd het gevoel gehad dat het een soort stilzwijgende overeenkomst was dat docenten moeten schipperen met hun tijd, een compromis waar én de directie én de docenten niet blij mee waren, maar wat nu eenmaal zo was. Door nog meer op het hoofdvak te gaan bezuinigen wordt een grens overschreden. Niet alleen praktisch gezien, maar ook drukt het een lagere waardering voor het hoofdvak uit. Ik heb heel veel over voor de kunsten, maar zoals ik al zei, dit overschrijdt een grens. Of plastischer gezegd, ik ervaar deze maatregel als een klap in mijn gezicht.

    Ik woon in Amsterdam, mijn keuze om in Tilburg te blijven lesgeven en niet op een conservatorium dichter bij huis, of op mijn eigen zolder is gebaseerd op het feit dat het leeft en bruist in dit conservatorium. Thuis kan ik lesgeven voor 2,5 tot 3 keer het uurloon wat ik hier ontvang (jawel, zoveel!). Ik heb hier nooit over geklaagd, maar ik noem het omdat het mijn positie (en waarschijnlijk die van andere collega's) illustreert. Lesgeven (op een conservatorium) is een logisch vervolg op muzikant worden: innerlijke noodzaak, zonder te verwachten daar (financieel) veel voor terug te krijgen.

    Dan de leerlingen en de studie zelf:
    Hoofdvakles is de ruggengraat van een conservatorium. Hier gebeurt het, in dit uur moet de docent de leerling leren kennen en andersom. Elke week weer moeten soms duizendmaal dezelfde dingen worden herhaald. Hier kan niet op worden bezuinigd! Dit is waar het om draait, het hart, de passie worden hier overgedragen.

    En het werven van leerlingen:
    Hoe kan ik concurreren met de grotere conservatoria, in de Randstad, maar ook internationaal op deze manier? Dit krijg ik niet uitgelegd. Als ik masters studenten wil binnenhalen, wordt dat nagenoeg onmogelijk; ook vanwege het feit dat Tilburg een regionaal conservatorium is, daar is niet zo veel aan te doen, maar vooral omdat er geen groepsles mogelijk is, weinig corepetitie-uren, en nu ook nog hoofdvaklessen van 45 minuten?!

    Het argument dat de contacttijd door wat bureaucratische verschuivingen (extra ensemble lessen) alleen maar meer wordt is niets waard. Dit is een principiële beslissing die mij in het hart raakt. Hoofdvakles wordt definitief minder waard gemaakt.
    Bovendien, ik dacht dat het om bezuinigingen ging? Meer lestijd is toch duurder dan minder uren? Hoe zit dat? Is er in deze tijd van bezuinigingen extra geld beschikbaar....?

    Mijn eerste reactie na vrijdag was: als dit doorgaat ben ik weg. Ik weet niet wat ik ga doen als dit doorgaat, als ik heel eerlijk ben. Welke ambities heeft dit conservatorium? Hoe graag wil dit conservatorium op een hoog niveau studenten opleiden en passie voor de muziek bij brengen? Hoe graag wil Fontys dat ík dit doe? Ik ben bereid veel concessies te doen, en heb er behoorlijk veel gedaan, maar er is een grens!

    Ik ga er van uit dat jullie dit voorstel naar de vuilnisbak verwijzen.

    Met vri
  • Saturday, April 24, 2010

    De tournee is bijna voorbij. Althans, als het goed is. Er hangt een aswolk boven Schiphol waardoor het hele vliegveld platligt, al enkele dagen. Hopelijk is het opgelost als wij gaan vliegen.
    De tour was relatief rustig, normaliter spelen we 75% van de concerten ook nog outreach presentaties voor kinderen van verschillende leeftijden. Dat maakt de reis veel zwaarder, maar ook leuker. In Amerika is het vaak zo geregeld dat we 's ochtends enkele outreach concerten spelen op bijvoorbeeld een high school en 's avonds het 'volwassen' concert. Maar we hebben nu geen enkel educatief concert gespeeld. Dat is erg jammer. We spelen graag voor jongeren. We zijn er ook wel goed in. We hebben een routine ontwikkeld die we afstemmen op de leeftijd, groepsgrootte en het type groep (bijvoorbeeld muziekstudenten). We speelden een keer een paar outreach concerten in LA waarbij we werden ontvangen en geïnstrueerd door iemand die zich hierin had 'gespecialiseerd'. Zijn visie was dat vroege pubers een korte attention span hebben en hij zei ons dat we veel moesten zappen: korte fragmenten uit stukken spelen, hard, duidelijk en to the point praten en er van uitgaan dat het publiek klassieke muziek eigenlijk saai vindt (nou ja, dat laatste was onze interpretatie). Kortom, hier gingen we niet mee akkoord. Onze eigen routine werkt eigenlijk altijd wel en gaat er meer van uit dat als we eerlijk zijn tegen het publiek, het in principe aankomt. We spelen geen werken van 20 minuten, maar ook niet alles duurt 2 minuten! We presenteren de muziek die wij zelf zo mooi vinden aan de kids en leggen uit wat we er zo mooi aan vinden en spelen het dan voor ze. We verzinnen er niets bij. We spreken van te voren af wat we sowieso kwijt willen en wie welke praatje doet. De rest is geïmproviseerd, elke keer anders en ook zeker afgestemd op de vibe van het moment. We komen lopend de zaal in en brengen serenades aan enkele individuen. Dat brengt ze gelijk bij de les: we spelen speciaal voor hen, het is geen ingestudeerde gladde show. Uiteindelijk op het podium spelen we een aantal stukken (in hun geheel!), zoals een fuga van Mozart, een koraalvoorspel van Bach, minimalstukken van Nyman en Glass, etcetera. We sluiten af met een Q&A en spelen nog wat. Eenvoudig en leuk voor iedereen. Bij voorkeur mingelen we nog even met ze na de presentatie. Dan komen de leukste vragen en opmerkingen.
    Ooit zouden we gaan samenwerken met de Kamervraag (het huidige MCN) om dit soort dingen te organiseren in Amsterdamse scholen. Het kwam er op neer dat we het meeste zelf moesten doen. En daar hebben we eigenlijk geen tijd voor. In Amerika organiseert de presenter de outreach presentaties, die vaak verbonden zijn aan subsidies om het geheel te financieren. Dat bestaat in Nederland niet. Het advies van de Kamervraag in de jaren '90, toen ze net waren opgericht, was om dit allemaal zelf op te zetten, net zoals het Nederlands Blazers Ensemble deed. Het NBE had daar mensen voor, maar een kleine beginnende groep als wij had het gewoon te druk met het instuderen van de muziek, en eigenlijk nog steeds. We zouden erg graag outreach doen in Nederland. We willen onze passie voor de fantastische muziek die we spelen dolgraag overbrengen op mensen die normaliter niet in de concertzaal komen. En ik denk dat we dat ook kunnen. Maar we hebben simpelweg de tijd niet om de productie te doen. Wellicht dat de Kamervraag/MCN Nederlandse presenters kan stimuleren om dit op te zetten, in overleg met de fondsen voor eventueel extra geld voor de serie? Wij zorgen voor de inhoud!
  • Saturday, April 24, 2010

    Op het conservatorium ben ik doodgegooid met de boodschap dat we zakelijker moesten denken, meer aan promotie moesten doen, onszelf actief moeten aanbieden aan podia, etc. De net nieuwe Kamervraag had als meest waardevolle advies voor beginnende kamermuziekensembles: doe zoals het Nederlands Blazers Ensemble. De boodschap was duidelijk: de musicus van de toekomst moesten zich buiten het spelen van de noten actiever bezig houden met de eerder genoemde randzaken. De podia zelf willen graag persoonlijk contact met de musici en bijvoorbeeld unieke programma's voor hun serie samenstellen in samenspraak met de artiesten.
    Ik ben nu 34 en kan de balans opmaken zoals ik die nu zie. Allereerst de positieve gevolgen van bovenstaande. Inderdaad, mijn generatie is erg actief, ze regelen meer zelf, ze brengen eigen beheer CD's uit, regelen concerten zelf, doen hun eigen promotie en zijn hun eigen manager. Ze hebben hun lot in eigen handen.
    Maar is dit van harte? De meeste collega's die ik spreek willen erg graag iemand hebben die dit voor ze doet. We zien het als een noodzakelijk kwaad dat we het allemaal zelf moeten doen. Studeren schiet er vaak bij in of het gebeurt te gehaast. Als er iets is wat mist op een conservatorium, is het niet zozeer kennis van de zakelijk kant maar hulp met het beantwoorden van de vraag: “Hoe breng je als musicus de dag door?”. Op het conservatorium heb ik lange dagen gemaakt uren saxofoonstudie. Tussendoor deed ik wat solfège, speelde ik een beetje piano, ging naar theorielessen, maar mijn core-business was saxofoonspelen. Het is mij vrij laat duidelijk geworden dat ik, net als bij 'reguliere' studies, bij mijn afstuderen het vak had geleerd. Ik kon saxofoonspelen, ik was musicus geworden. Ik heb te lang doorgelopen (eigenlijk ook al op het conservatorium) met het idee dat ik uren moest maken, alleen om de uren te maken, niet om het te leren. Ik hoorde wel eens van mensen die 8 of 9 uren per dag oefenden. Dat wilde ik ook, maar dat haalde ik eigenlijk nooit. Zelfs toen ik van het conservatorium af was voelde ik nog de plicht om elke dag zoveel mogelijk uren te maken. Nu pas ben ik steeds meer aan het leren dat ik studeer om iets te kunnen, een stuk onder de knie te krijgen, een loopje te leren, een frasering te bedenken (wat trouwens ook heel goed zonder sax in mijn handen kan), etcetera. En natuurlijk, daar ben ik nooit klaar mee. Maar ik weet tegenwoordig beter wat nodig is en waar mijn grenzen liggen. Soms maak ik behoorlijk wat uren, en soms is het nuttiger om naar de film te gaan, of mijn website te updaten. En ik had dat eigenlijk wel wat eerder willen leren. En hier ik eigenlijk nooit iemand over. De standaarden op het conservatorium lijken algemeen te zijn. Dat doen de studenten grotendeels zichzelf en elkaar aan, maar het zou heel mooi zijn als het conservatorium een manier vindt om de studenten te helpen met de vraag hoe het musiceervak er voor hem/haar persoonlijk zou kunnen uitzien. En dan denk ik eigenlijk dat een heleboel mensen nogal wat tijd gaan overhouden voor andere dingen, zoals bijvoorbeeld het ontdekken van de zakelijke kant van ons vak. En misschien nog wel belangrijker, het zou een hele stress  en schuldgevoel schelen. Zoals ik al zei, musici zijn nooit klaar met het schaven aan de noten, maar je kan dat op heel erg veel verschillende manieren doen.
  • Wednesday, April 07, 2010

    Eén week na mijn Nederlandse Muziekprijs examen

    Vorige week woensdag speelde ik in het Bethanienklooster mijn Nederlandse Muziekprijs examen. Ik ben geslaagd. Dat wil zeggen dat ik op 14 november tijdens een soloconcert met het Brabants Orkest de Nederlandse Muziekprijs in ontvangst zal mogen nemen van de minister van OC&W. Een big deal dus. En dat is het ook geweest voor me de afgelopen jaren.

    Zo is het gegaan. In 2002 studeerde ik af aan het Conservatorium van Amsterdam. Daarna heb ik een jaar gefreewheeld; met mijn kwartet gespeeld, concoursen gewonnen, solorecitals gegeven, etc. Tot Arno Bornkamp, mijn voormalig docent een keer naar me toe kwam op de Dag van de Kamermuziek in Vredenburg. Hij vroeg me hoe het ging, wat mijn plannen waren en vertelde me uiteindelijk dat hij een toekomst voor me voorzag die niet alleen uit kwartetspelen bestond (ik gaf toen nog geen les aan het Fontys Conservatorium). Arno raadde me aan te gaan auditeren voor het Nederlandse Muziekprijs traject. Wat ik uiteindelijk in 2005 deed. Ik speelde toen in de concertserie 'Het Debuut' met mijn goede vriend Wijnand Van Klaveren en heb al deze concerten opgenomen en de beste naar de commissie gestuurd.  Die eerste ronde kwam ik door en ik mocht live auditeren in Amsterdam. Een zware auditie. Ik was al een tijdje niet meer gewend in een auditiesfeer te spelen. Het commentaar van de commissie was dat meer moest communiceren met mijn publiek. Dat klopte ook wel op dat moment; ik had een cirkeltje om me heen getrokken en besloten me niets aan te trekken van de commissie in de zaal en alleen voor mezelf en Wijnand te spelen, zoals mijn vader me vroeger aanraadde als ik nerveus voor concoursen. Deze auditie was in 2006. Over het gehele traject heb ik dus precies 4 jaar gedaan. De Nederlandse Muziekprijs is een mogelijkheid tot extra verdieping na je conservatorium Ik kreeg budget om mijn eigen studieplannen te verwezenlijken, in overleg met mijn mentor John Floore. De toenmalige voorzitter van de commissie, Huub van Dael, had bedacht mij twee mentoren toe te wijzen, de andere was Anner Bijlsma. Een meesterzet bleek, waar ik Huub nog steeds dankbaar voor ben. De lessen bij Anner hebben mijn ontwikkeling als artiest een nieuwe impuls gegeven. Loslaten van wat ik heb geleerd op het conservatorium was eigenlijk het devies. Over loslaten gesproken: De andere zeer bepalende persoon in mijn traject was Kenny Werner. Ik reisde in 2008 naar New York om een week lang een privé workshop 'Effortless Mastery' te volgen bij hem thuis. (muzikanten lezers: lees dit boek!). Deze cursus heeft mijn basisvorming als artiest eigenlijk afgemaakt, op een heleboel vlakken. Misschien dat ik daar later nog eens over blog.

    Nu zit ik mijn hotelkamer in Wenatchee, Washington, op tour met mijn kwartet. Na een persoonlijk traject vanaf 2003, toen ik mijn gesprek had met Arno heb ik na bijna 7 jaar de Nederlandse Muziekprijs binnengehaald. Ik besef het nog niet zo goed, denk ik. Het leven ging gelijk door. De dag na mijn examen heb ik heerlijk doorgebracht met mijn vriendin in zoon (in de tussentijd was ik ook nog vader geworden!), en de dagen daarna heb ik overdag kwartet gespeeld, om gisteren te vertrekken voor een tour van twee weken.

    De Nederlandse Muziekprijs is de hoogste prijs die een Nederlands musicus kan behalen. En dat is me gelukt. Dat is nogal wat. En nu? Het eerst maar eens goed tot me laten doordringen dat ik nu écht klaar ben met mijn opleiding. Ik blijf me ontwikkelen natuurlijk, maar studeren aan een 'instituut' is nu klaar. Ik hoop in een iets comfortabeler 'zone' te komen, dat ik me wat vrijer ga voelen, en me niet meer zo hoef te bewijzen. Alhoewel ik daar deze prijs eigenlijk niet voor nodig zou moeten hebben.